Bomen als klimaatbuffers

03/10/2025

Jonge bossen kunnen het lokale klimaat al merkbaar temperen. Mengxi Wang, samen met onderzoekers van de Universiteit Gent (Forest & Nature Lab & Q-Forest Lab) en KU Leuven (Forest, Nature & Landscape-onderzoeksgroep), liet in het kader van het internationale FORBIO-experiment zien dat zelfs elf jaar oude bossen tijdens hete zomers flink kunnen koelen. Deze inzichten zijn belangrijk voor het Nationaal Park Bosland, waar bosbeheer gericht is op klimaatrobuuste bossen.

 

FORBIO (Forest Biodiversity Experiment) is een internationaal onderzoeksnetwerk met vergelijkbare proefvelden in meerdere landen en maakt deel uit van het bredere TreeDivNet, een wereldwijd netwerk van biodiversiteitsexperimenten in bossen. Het doel is te begrijpen hoe boomsoortenrijkdom en –samenstelling de groei, het microklimaat en de veerkracht van bossen beïnvloeden.
De Belgische sites – in Zedelgem, Gedinne en Hechtel-Eksel – vormen een cruciaal onderdeel van dit netwerk en leveren waardevolle kennis voor toekomstgericht bosbeheer.

De onderzoekers toonden in Zedelgem de rol aan van soortenkeuze, menging en bladkenmerken in het bufferen van temperatuur. Hoewel de lokale omstandigheden in Nationaal Park Bosland verschillen, bieden hun bevindingen waardevolle handvatten voor de inrichting en het beheer van jonge bossen op de droge zandgronden in Hechtel-Eksel.

Wat zegt het onderzoek van Wang et al. (2025)?

• Tijdens de zomer van 2021 was het onder de bomen gemiddeld 5,4 °C koeler dan in open veld, met een extreem maximum van −11 °C.
• In de winter was het onder de bomen gemiddeld 0,07 °C warmer (maximaal +4 °C), maar dat effect was veel kleiner.
• Grove den (Pinus sylvestris) had de grootste invloed: dennenbestanden koelden het sterkst in de zomer en hielden in de winter meer warmte vast. Grove den scoort dus goed als “bufferboom” vanwege zijn constante, dichte canopy, ook al heeft hij een laag specifiek bladoppervlakte (SLA).
• Bladkenmerken spelen dus ook mee: soorten met een hoge specifieke bladoppervlakte, zoals berk en linde, zorgden voor extra koeling via transpiratie – zolang er voldoende bodemvocht aanwezig was.
• Uit de twee vorige punten volgt dat mengingen beter bufferen dan monoculturen, vooral doordat ze de sterke zomerse koeling van soorten met een hoge specifieke bladoppervlakte, zoals berk en linde, combineren met de meer gematigde winterinvloed van grove den. In een monocultuur is deze combinatie niet mogelijk: dennen hebben een lage SLA en koelen minder via transpiratie, terwijl bladverliezende soorten minder winterse buffering bieden.

• Omdat het om jonge bossen (11 jaar oud) gaat, verklaart vooral soortensamenstelling de buffering; van structuur (gelaagdheid, kroonhoogte) wordt verwacht later belangrijker te worden.

De auteurs benadrukken dat deze resultaten plaatsgebonden zijn: Zedelgem heeft een zeeklimaat en een andere bodemgesteldheid dan Hechtel-Eksel. Toch zijn de onderliggende mechanismen breed toepasbaar.


Hechtel-Eksel in Nationaal Park Bosland

De FORBIO-site in Hechtel-Eksel maakt deel uit van het internationale FORBIO-experiment, maar ligt tegelijk midden in Nationaal Park Bosland, het grootste aaneengesloten bosgebied van Vlaanderen.

Nationaal Park Bosland is ontstaan uit voormalige heide- en landbouwgronden, vaak op arme zandbodems. Juist op deze droge gronden spelen bomen een sleutelrol in het vasthouden van vocht en het bufferen van extreme temperaturen.

Wat in Zedelgem onderzocht werd, helpt ons begrijpen hoe de jonge aanplantingen in Nationaal Park Bosland functioneren als microklimaatbuffers – en welke soorten en mengingen het meest kansrijk zijn voor de toekomst.

Wat betekent dit voor Hechtel-Eksel?

• Linde en zomereik zijn minder geschikt op de droogste percelen. Ze zijn gevoelig voor droogtestress, bladverlies en groeivertraging. (o.a. Roloff et al., 2019; Jacobs et al., 2021)
• Wintereik (Quercus petraea) is beter aangepast aan droge zandgronden dan zomereik.
• Berk (Betula pendula) verdraagt droogte redelijk, al kan vroeg bladverlies optreden.
• Grove den (Pinus sylvestris) blijft robuust en levert bewezen sterke buffering.
• Lijsterbes (Sorbus aucuparia) en ratelpopulier (Populus tremula) zijn pioniers die goed gedijen op arme zandbodems en de diversiteit vergroten.
• Bescherm bodemvocht op zandgronden: vermijd verdichting en hou water langer vast via infiltratie.

Daarnaast tonen andere studies (Pretzsch et al., 2017; De Frenne et al., 2019) aan dat mengingen beter bestand zijn tegen extreme omstandigheden en een stabieler microklimaat creëren.


Slotboodschap
De studie van Wang et al. (2025) laat zien dat jonge bossen al een duidelijk microklimaateffect hebben, met grove den als sleutelfactor en mengingen als versterking.
Voor Nationaal Park Bosland, en in het bijzonder de site in Hechtel-Eksel, komt daar vanuit beheerervaring bij  dat soortenkeuze moet aansluiten bij de droge zandbodem: den, berk en wintereik zijn veilige pijlers, terwijl linde en zomereik beter beperkt blijven tot vochtige plekken.
Zo bouwen we in Nationaal Park Bosland aan bossen die bestand zijn tegen de hittegolven en droogtes van de toekomst en dragen we via het internationale FORBIO-netwerk bij aan de kennis voor klimaatbestendig bosbeheer wereldwijd.