Ecologische momentopname: het Pijnven in november

10/12/2025

In november onderzochten studenten biologie van de UCLL het Pijnven  in het domein het Pijnven (Nationaal Park Bosland) met een citizen-science meetpakket.  Het Pijnven ligt in het voor publiek niet-toegankelijke gedeelte van het Nationaal Park Bosland.

Ze maten geleidbaarheid, pH en E. coli, voerden enkele eenvoudige chemische kleurreacties uit en verzamelden macro-invertebraten en sieralgen. De bedoeling was om met basisparameters een ecologisch beeld te vormen en tegelijk inzicht te krijgen in de beperkingen van dit soort metingen in donker venwater.

Het water was dus opvallend donker. Dat komt door opgeloste humusstoffen uit bladeren, wortels en veenresten. Die kleuren het water bruin tot bijna zwart, maar bevatten nauwelijks ionen. De lage geleidbaarheid (54 µS/cm) en de pH rond 5 bevestigen dat dit ven een natuurlijk, zuur en ionarm systeem is, typisch voor oligotrofe Kempense vennen. In zulke voedselarme systemen groeien weinig planten en algen, en blijft de waterchemie sterk bepaald door regenwater en organisch materiaal.

Tijdens het betreden van het slib kwam een duidelijke moerasgeur vrij. Die geur is een gevolg van anaerobe afbraakprocessen in de diepe sliblaag, waar organisch materiaal zonder zuurstof wordt afgebroken en gassen zoals methaan en waterstofsulfide ontstaan. De bovenste waterlaag is echter niet zuurstofloos: de aanwezigheid van waterjufferlarven en watervlooien toont dat die bovenlaag nog voldoende zuurstof bevat.

De studenten voerden ook kleurreacties uit voor o.a. ammonium en fosfaat. Door de donkere kleur van het water waren deze resultaten moeilijker betrouwbaar af te lezen. Humusrijke vennen maken kleurtests optisch donkerder en veroorzaken gemakkelijk overschattingen, zeker bij lage temperaturen. De lage geleidbaarheid geeft bovendien aan dat de werkelijke nutriëntenconcentraties waarschijnlijk lager zijn dan de kleurreacties suggereerden.

Het gemeten ijzergehalte rond 1 mg/L past bij zure, humusrijke vennen. Hoewel dit ecologisch volledig normaal is, draagt ijzer nauwelijks bij aan de geleidbaarheid, omdat het in deze systemen vooral als colloïden of humuscomplexen voorkomt en niet als vrij ion.

De E. coli-waarden, rond 300 kve per 100 mL, passen bij natuurwater zonder rioolinvloed en wijzen op een beperkte natuurlijke aanwezigheid  van externe feces afkomstig van de bosdieren zoals vogels, reeën en everzwijnen.

Bij de macrofauna werden 8 duikerwantsen, 14 vedermuglarven, 2 waterjuffernimfen en 5 watervlooien aangetroffen. Dit is een typische wintergemeenschap in een zuur ven: tolerant macrofauna domineert, gevoelige soorten zitten dieper in het slib of zijn in ruststadium. De gemeten BBI-score (Belgisch Biotische Index, klasse 4) -op basis van de aantallen en soorten macro-invertebraten- lijkt laag, maar dat is typisch voor het moment van onderzoek en dus waarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke ecologische kwaliteit.

Bij de bemonstering werden ook monsters voor sieralgendeterminatie genomen, maar er werden geen sieralgen aangetroffen. Door de donkere humusrijke waterkolom, de lage pH en de herstachtige omstandigheden zitten sieralgen in dergelijke vennen vaak niet in de waterlaag maar als dunne biofilm op substraat, waardoor ze in deze bemonsteringsmethode niet zichtbaar waren.

Gezamenlijk tonen de resultaten een coherent totaalbeeld: het ven is een natuurlijk, oligotroof en humusrijk systeem met een zuurstofrijke bovenlaag en een anaerobe slibzone. De donkere kleur verstoort chemische kleurreacties, maar pH, EC, E. coli en de wintermacrofauna bevestigen de ecologische logica die je in november mag verwachten.

 

De proeven werden uitgevoerd door de studenten Joke Eersels, Jordy Huysmans en Timothy Middelbos .

De studenten werden begeleid door Jan Leroy (Natuurpunt) en Boslab. Sieralgen analyses: Patrick Sterckx (Slobkousjes) 

Onderzoeksmateriaal werd geleend bij Natuurpunt Pelt en het PNC.