Eén op vijf bomen onder druk — en in het Pijnven zie je waarom
Eén op vijf bomen onder druk — en in het Pijnven zie je waarom
Wie vandaag door het Pijnven wandelt, merkt dat het bos verandert. Open plekken, jonge bomen en meer variatie in het landschap vallen meteen op. Dat is geen toeval. Nieuwe cijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) tonen dat vooral klassieke naaldbossen steeds meer onder druk staan door droogte, stikstof, ziekten en klimaatverandering.
En net daar ligt ook de uitdaging voor het Pijnven. Grote delen van het gebied bestaan uit kwetsbare dennenbossen die minder goed bestand blijken tegen de veranderende omstandigheden. Daarom wordt er vandaag stap voor stap gewerkt aan een robuuster en gevarieerder boslandschap, met meer natuurlijke dynamiek, gemengde bossen en ruimte voor natuurlijke processen.
De veranderingen die bezoekers vandaag zien, zijn dus geen eindpunt, maar het begin van een langetermijntransitie richting het bos van de toekomst.
Meer weten
De nieuwste bosvitaliteitsinventaris van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), uitgevoerd door Geert Sioen en Pieter Verschelde, schetst een duidelijke trend: Vlaamse bossen worden steeds kwetsbaarder. Ongeveer één op de vijf bomen vertoont inmiddels meer dan 25% blad- of naaldverlies — een belangrijke indicator voor verminderde vitaliteit.
Vooral homogene naaldbossen blijken gevoelig voor langdurige droogte, stikstofbelasting, ziekten en plagen. Dat maakt de resultaten bijzonder relevant voor het Pijnven, waar verschillende proefvlakken van het meetnet liggen, onder meer in Eksel, Lommel en Overpelt.
In die zones domineren soorten zoals grove den en Corsicaanse den. Vooral die laatste behoort volgens de inventaris tot de meest kwetsbare boomsoorten. Daarmee bevindt een groot deel van het Pijnven zich precies in het type bos waar de druk vandaag het grootst is.
De historische dennenaanplanten in het gebied ontstonden grotendeels in een andere tijd, met andere doelstellingen. Vaak gaat het om vrij uniforme bossen met bomen van dezelfde leeftijd. Maar net die homogeniteit maakt bossen kwetsbaar voor klimaatstress en verstoringen.
Daarom wordt vandaag steeds meer ingezet op: gemengde bossen, natuurlijke verjonging, meer structuurvariatie, open plekken en een mozaïek van bos, heide en overgangszones.
Het Agentschap voor Natuur en Bos speelt hierin als terreinbeheerder een centrale rol. In het Pijnven vertaalt zich dat onder meer in het gefaseerd omvormen van kwetsbare dennenbestanden, het kiezen van beter aangepaste boomsoorten en het creëren van meer natuurlijke dynamiek in het landschap.
Tegelijk wordt binnen Nationaal Park Bosland ook vooruitgekeken naar een systeem waarin natuurlijke processen opnieuw meer ruimte krijgen. Met de opstart van een traject rond procesnatuur en grote grazers verschuift de focus geleidelijk van intensief sturen naar een landschap dat zichzelf meer kan reguleren.
Maar zo’n robuust ecosysteem ontstaat niet snel. Zeker in het Pijnven gaat het om een proces van tientallen jaren, waarbij structuur, bodem, biodiversiteit en natuurlijke verjonging zich stap voor stap opnieuw ontwikkelen.
De ingrepen die vandaag gebeuren, zijn daarom geen eindpunt, maar het begin van een langetermijntransitie. Het Pijnven groeit zo uit tot een belangrijk proefgebied voor hoe toekomstige bossen kunnen functioneren in een veranderend klimaat.