Kunnen zwarte bijen zichzelf beschermen tegen de varroamijt?

04/06/2026

Twintig bijenvolken van de zwarte bij in Nationaal Park Bosland kregen onlangs een bijzondere test. Onderzoekers van KU Leuven onderzochten hoe snel de bijen reageren op beschadigd broed. Die eigenschap kan een belangrijke rol spelen in de natuurlijke verdediging tegen de gevreesde varroamijt, wereldwijd één van de grootste bedreigingen voor honingbijen.
Maar deze keer kijken de onderzoekers niet alleen naar het gedrag van de bijen. Ze gaan ook op zoek naar de genetische mechanismen die mogelijk achter natuurlijke varroaresistentie schuilgaan. Kunnen bepaalde genen voorspellen welke bijenvolken beter bestand zijn tegen deze parasiet?

De varroamijt (Varroa destructor) vormt vandaag één van de grootste bedreigingen voor honingbijen wereldwijd. Deze kleine parasitaire mijt plant zich voort in het broed van honingbijen en verzwakt zowel larven als volwassen dieren. Bovendien verspreidt de mijt verschillende virussen, waardoor volledige bijenvolken ernstig kunnen verzwakken of zelfs verdwijnen.
Toch blijken sommige bijenvolken beter bestand tegen de varroamijt dan andere. Een belangrijke eigenschap daarbij is het zogenaamde hygiënisch gedrag. Werksters kunnen afwijkend, ziek of beschadigd broed herkennen, de cel openen en het aangetaste broed verwijderen voordat parasieten of ziekteverwekkers zich verder verspreiden in het volk.

Een test voor het opruimvermogen van bijen
Om dat hygiënisch gedrag te meten, voerden onderzoekers van KU Leuven bij twintig zwartebijenvolken in Nationaal Park Bosland zogenaamde freeze-killed-broodtesten uit.
Bij deze methode wordt een kleine zone met verzegeld broed gedurende korte tijd bevroren. Het broed sterft hierdoor af, waarna wordt nagegaan hoe snel de werksters de afgestorven larven detecteren en verwijderen. Hoe sneller een volk dit opruimwerk uitvoert, hoe sterker het hygiënisch gedrag doorgaans wordt beschouwd.
De methode wordt wereldwijd gebruikt als een betrouwbare manier om verschillen tussen bijenvolken in kaart te brengen.

Op zoek naar de genetische basis
Het federale onderzoeksproject wil namelijk achterhalen wat er zich achter dit gedrag afspeelt.
Naast het gedrag van de bijen onderzoeken wetenschappers ook wat er op genetisch niveau gebeurt. Ze bestuderen of de activiteit van bepaalde genen verband houdt met de snelheid waarmee bijenvolken beschadigd broed herkennen en verwijderen. Dat kan nieuwe inzichten opleveren in de natuurlijke weerstand van honingbijen tegen de varroamijt.
Met andere woorden: hangt de activiteit van bepaalde genen samen met de mate waarin een bijenvolk hygiënisch gedrag vertoont?
Door genetische analyses te combineren met de resultaten van de vriestesten hopen onderzoekers beter te begrijpen welke biologische processen bijdragen aan natuurlijke weerstand tegen de mijt.

Waarom in Nationaal Park Bosland?
Dat dit onderzoek binnen Nationaal Park Bosland werd uitgevoerd, is geen toeval.
Dankzij meer dan tien jaar inzet van de zorgimker, vrijwilligers en onderzoekers groeide hier een sterke populatie van de zwarte bij (Apis mellifera mellifera), de inheemse honingbij van West-Europa. Wat begon met enkele volken en een paringsstand, is uitgegroeid tot een netwerk van tientallen zwartebijenvolken verspreid over het gebied.
Die populatie vormt niet alleen een belangrijk genetisch reservoir voor de zwarte bij, maar biedt ook unieke mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek. De aanwezigheid van voldoende zorgvuldig opgevolgde volken maakt het mogelijk om studies uit te voeren die elders vaak moeilijk te organiseren zijn.

Belang voor de toekomst

De zoektocht naar natuurlijke varroaresistentie behoort tot de belangrijkste onderzoeksthema's binnen de moderne bijenteelt. Wereldwijd zoeken onderzoekers naar manieren om de afhankelijkheid van behandelingen tegen de varroamijt te verminderen.

Wanneer genetische kenmerken effectief blijken samen te hangen met eigenschappen zoals hygiënisch gedrag, kan die kennis in de toekomst gebruikt worden bij de selectie van sterkere en gezondere bijenvolken.
Voor Nationaal Park Bosland toont dit onderzoek opnieuw aan hoe lokale natuurprojecten kunnen bijdragen aan internationale wetenschappelijke vraagstukken. De zwarte bij is hier niet alleen een waardevol onderdeel van ons natuurlijk erfgoed, maar helpt onderzoekers ook om beter te begrijpen hoe honingbijen zich mogelijk zelf kunnen verdedigen tegen één van hun grootste vijanden.