Nachtvlinders bevestigen opnieuw de ecologische kwaliteit van het Pijnven
Bij een nieuwe nachtvlinderinventarisatie in het Pijnven werden in één nacht meer dan 90 soorten nachtvlinders en meer dan 600 individuen vastgesteld. Hoewel de vangst minder zeldzame soorten opleverde dan de uitzonderlijke telling van vorig jaar, kan dat wellicht verklaard worden door de duidelijk minder gunstige weersomstandigheden.Toch bevestigen de resultaten opnieuw de hoge ecologische kwaliteit van dit gebied in Nationaal Park Bosland.
Meer weten
In de nacht van zondag 14 op maandag 15 juni 2026 voerde de Werkgroep Bladmineerders opnieuw een nachtvlinderonderzoek uit in het Pijnven, een ecologisch kerngebied binnen Nationaal Park Bosland. Het onderzoek werd gecoördineerd door Steve Wullaert. Samen met Zoë, Chris, Koen, Dries, Johan en boswachter Sam werden in en rond het gebied acht lichtbakken en één actiniclamp opgesteld. Vanuit BosLAB werd de inventarisatie mee opgevolgd. Voor enkele doelsoorten werden daarnaast ook feromonen ingezet.
Minder gunstige omstandigheden
De weersomstandigheden waren duidelijk minder gunstig dan tijdens de uitzonderlijke vangst van vorig jaar. Bij het begin van de nacht was de hemel grotendeels open, waardoor de temperatuur snel daalde van 9,2 °C tot slechts 5,8 °C. Pas later in de nacht zorgde meer bewolking ervoor dat de temperatuur opnieuw opliep tot ongeveer 10,9 °C.
Voor nachtvlinders zijn heldere, koude nachten meestal minder gunstig. Veel soorten blijven dan minder actief en vliegen minder snel op licht af. Dat zien we ook terug in de resultaten.
Meer dan 90 soorten in één nacht
Ondanks deze moeilijke omstandigheden werden tijdens de inventarisatie meer dan 90 soorten vastgesteld, goed voor meer dan 600 individuen.
Dat ligt duidelijk lager dan de uitzonderlijke vangst van 2025, toen 144 soorten en 1.330 individuen werden genoteerd. Toch blijft dit een sterke score voor één nacht onder minder gunstige omstandigheden.
Maar minstens even belangrijk als het aantal soorten is wat deze soorten ons vertellen over het gebied.
Dennenbos blijft een belangrijke ecologische pijler
Opvallend was de aanwezigheid van meerdere soorten die sterk gebonden zijn aan naaldbossen, en meer bepaald aan grove den.
Zo werden onder meer de dennenspinner, dennenpijlstaart, dennenspanner en rode dennenspanner waargenomen. Ook verschillende motten waarvan de rupsen op den leven, zoals de dennenlotmot en dennenlotboorder, waren aanwezig.
Dat bevestigt dat de dennenstructuren in het Pijnven niet alleen landschappelijk aanwezig zijn, maar ook ecologisch nog steeds belangrijk zijn.
Heide en open plekken blijven belangrijk
Naast typische bossoorten werden ook soorten aangetroffen die kenmerkend zijn voor open, schrale vegetaties.
Zo bevestigt de aanwezigheid van soorten zoals de granietuil dat heidehabitats in het Pijnven nog steeds ecologisch functioneren. Ook het nachtpauwoog, waarvan 14 rupsen werden aangetroffen, past in dat verhaal.
Overgangszones verhogen de biodiversiteit
Een groot deel van de gevangen soorten bestond uit grasmotten en soorten van bosranden en overgangszones. Overgangen tussen bos, heide en open terrein behoren vaak tot de meest soortenrijke delen van een landschap.
Ook deze inventarisatie bevestigt het belang van zulke ecotonen. De aanwezigheid van veel grasmotten wijst erop dat open grasrijke structuren en overgangszones een belangrijke rol spelen binnen het Pijnven.
Dergelijke gradiënten zorgen voor variatie in microklimaat, schuilmogelijkheden en voedselplanten.
Minder zeldzaamheden dan vorig jaar
In tegenstelling tot de uitzonderlijke inventarisatie van 2025 werden dit jaar geen uitgesproken Rode-Lijstsoorten zoals de grijze heideuil of de gevlekte pijluil vastgesteld.
Ook andere opvallende soorten van vorig jaar, zoals de witte sparspanner en de spaansgroene zomervlinder, werden deze keer niet waargenomen.
Dat betekent echter niet dat de ecologische kwaliteit van het gebied achteruitgegaan is. De lagere soortenrijkdom en het ontbreken van uitgesproken zeldzaamheden lijken vooral samen te hangen met de minder gunstige weersomstandigheden tijdens de vangst.
Conclusie
De nachtvlinderinventarisatie van 2026 bevestigt opnieuw de hoge ecologische kwaliteit van het Pijnven binnen Nationaal Park Bosland.
Hoewel deze vangst minder uitzonderlijke soorten opleverde dan die van 2025, tonen de resultaten duidelijk dat het Pijnven nog steeds een gevarieerd en goed functionerend leefgebied vormt voor een diverse nachtvlinderfauna.
De combinatie van dennenbos, heide, open zandige plekken en structuurrijke overgangszones blijft daarbij belangrijk. Niet alleen zeldzame soorten zijn ecologisch relevant; ook de aanwezigheid van grote aantallen karakteristieke soorten vertelt veel over de kwaliteit en veerkracht van het ecosysteem.