Platform Fauna en Flora 2025 – onderzoek en samenwerking in Nationaal Park Bosland
Met meer dan 90 aanwezigen kende de jaarlijkse BosLAB-Platformavond Fauna en Flora op 5 november 2025 een bijzonder sterke opkomst.
De bijeenkomst, die plaatsvond in De Schans in Hechtel-Eksel, werd geopend door Raf Truyens, voorzitter van Nationaal Park Bosland, en deskundig aan elkaar gepraat door Koen Thijs, regiobeheerder van het Agentschap Natuur en Bos.
Het platform bracht onderzoekers, terreinbeheerders, vrijwilligers en studenten samen rond één centrale doelstelling: kennis delen over het natuuronderzoek in Bosland en de vertaling ervan naar beheer en beleid.
De zes presentaties gaven een breed overzicht van lopend onderzoek binnen het Nationaal Park.
- Pieter Cox schetste de recente evolutie van Bosland naar officieel erkend Nationaal Park en de rol van wetenschap daarin.
- Jitse Creemers lichtte de uitrol van het internationale Motus-netwerk toe en de eerste registraties van gezenderde vogels.
- Kathy Steppe bracht het verhaal van de gemonitorde grove den in Bosland en de inzichten uit het TreeWatch-onderzoek.
- Gert Vanautgaerden ging in op het hydrologisch herstel van HOBOS binnen de Blue Deal.
- Dirk Maes besprak de heivlinder als indicator voor goed verbonden heide- en bosgebieden.
- Jos Ramaekers deelde de resultaten van het zoogdierenweekend, waarin vrijwilligers en onderzoekers samenwerkten aan een actuele inventaris van Boslands zoogdierfauna.
De avond maakte duidelijk hoe onderzoek, terreinwerking en vrijwilligersnetwerken elkaar versterken binnen het Nationaal Park Bosland — een samenwerking die de basis vormt voor kennisgericht en toekomstbestendig natuurbeheer.
Nationaal Park Bosland: van visie tot erkend Nationaal Park
De openingspresentatie door Pieter Cox, coördinator natuur, klimaat en ruimte bij het Parkbureau, schetste de weg die Bosland aflegde van een lokaal samenwerkingsverband tot een volwaardig erkend Nationaal Park Bosland.
Wat in 2006 begon als een ambitie voor duurzaam bosbeheer groeide uit tot een statutaire samenwerking tussen gemeenten, natuurbeheerders en het Agentschap Natuur en Bos.
Met de erkenning als Nationaal Park in 2024 verschuift de focus nog sterker naar natuur en wetenschap. Het operationeel plan 2024–2030 omvat 144 acties, verdeeld over thema’s als natuurherstel, klimaat, recreatie en communicatie.
Een belangrijke pijler daarin is BosLAB, dat onderzoek stimuleert, coördineert en vertaalt naar praktisch natuurbeheer en beleid.
Bosland onderscheidt zich door zijn uitgestrekte zandlandschap en droge heidebossen, maar evenzeer door de nauwe samenwerking tussen partners — van wetenschappers tot vrijwilligers.
Zoals Pieter Cox toelichtte: “We bouwen verder op wat Bosland altijd uniek heeft gemaakt: natuur, kennis en samenwerking in één sterk geheel.”
Reizen zonder grenzen: het Motus-netwerk in Bosland
Jitse Creemers (UCLouvain) lichtte tijdens het Platform Fauna en Flora het Motus-netwerk toe: een internationaal samenwerkingsproject dat de verplaatsingen van vogels en andere vliegende dieren in kaart brengt met behulp van miniatuurzenders en ontvangers.
Binnen Nationaal Park Bosland werden de eerste antennes recent geplaatst als onderdeel van een breder Europees netwerk. Creemers besprak het doel, de technische werking en de opbouw van dit systeem, dat het mogelijk maakt om migratiepatronen over grote afstanden te volgen.
Het netwerk is momenteel nog in uitbouwfase en nog niet volledig operationeel voor het nachtzwaluwonderzoek dat Bosland zelf ondersteunt, maar de eerste registraties tonen al het potentieel. Zo werden onder meer gezenderde roodborsttapuiten waargenomen, afkomstig uit een onderzoek van een ander instituut.
De uitrol van het Motus-netwerk vormt een belangrijke stap in de verdere integratie van internationale vogelonderzoeken binnen Bosland en biedt een waardevolle brug tussen lokale ecologische kennis en wereldwijde migratiestudies.
Wat de boom ons vertelt
Prof. Kathy Steppe (UGent, Laboratorium voor Plantecologie) presenteerde de resultaten van het TreeWatch-onderzoek in Nationaal Park Bosland, waar één grove den continu wordt gemonitord met geavanceerde sensoren.
Deze metingen registreren sapstroom, stamdiameter en waterbalans van de boom, waardoor onderzoekers letterlijk kunnen volgen hoe een boom reageert op dagelijkse en seizoensgebonden veranderingen in temperatuur, neerslag en droogte.
De data tonen onder meer dat de onderzochte grove den in 2024 ongeveer 18.000 liter water opnam en 0,79 mm groeide, terwijl in 2025 tot nu toe al meer groei werd gemeten ondanks een lager waterverbruik.
De methode maakt het mogelijk om hydraulische processen in bomen in real time te volgen, inclusief de vorming van luchtbellen (embolie) bij droogtestress.
TreeWatch koppelt deze lokale metingen aan internationale datasets, zodat inzicht ontstaat in hoe bomen en bossen in Europa reageren op een veranderend klimaat.
De gemonitorde boom in Bosland fungeert zo als biologische sensor — een levend meetstation dat meehelpt begrijpen hoe onze bossen functioneren onder druk van droogte en hitte.
Hydrologisch herstel in HOBOS: water, veen en sponswerking
Gert Vanautgaerden (eco-hydroloog, Agentschap Natuur en Bos) lichtte tijdens de Platformavond het herstelproject in HOBOS toe, een deelgebied van Nationaal Park Bosland tussen Pelt en Eksel.
Het gebied bevindt zich op het Kempisch plateau en maakt deel uit van het Maasbekken, waar oude erosiedalen, veenpakketten en grondwaterstromen het landschap vormgeven.
Door vroegere ontwatering — met onder meer de Gortenloop, grachten en uitgegraven drinkpoelen — verloor het gebied veel van zijn natuurlijke sponswerking.
Binnen de Blue Deal 2.0 worden nu gerichte maatregelen genomen om het veen opnieuw te activeren en water langer vast te houden.
Concreet worden grachten afgesloten, poelen verondiept met lokaal materiaal en barrières in de vallei verwijderd, zodat het doorstromend grondwater opnieuw zijn weg kan vinden door het veenpakket.
Het doel is een robuuster hydrologisch systeem dat piekafvoeren vermindert, de grondwatervoeding herstelt en de basis legt voor natte, soortenrijke vegetaties met onder andere beenbreek en typische veenmossen.
HOBOS evolueert zo opnieuw naar een open erfgoedvallei waar natuur, water en geschiedenis samenkomen.
De heivlinder: vlinder van bos en zand
Dr. Dirk Maes (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, INBO) besprak de heivlinder (Hipparchia semele) als karaktersoort van open zandige heidegebieden en droge bosranden.
Deze vlinder komt enkel nog voor in grotere, goed verbonden natuurkernen en geldt als bedreigde soort op de Vlaamse Rode Lijst.
De heivlinder is sterk gebonden aan warme, open vegetaties met lage heide, schraal grasland en kale zandplekken. Door verbossing, verzuring en stikstofdepositie zijn veel van die biotopen verdwenen.
In zijn presentatie toonde Maes hoe soortenbeschermingsprogramma’s voor oppervlaktebehoevende soorten — waaronder ook de heivlinder — inspelen op die veranderingen. Daarbij komen genetisch onderzoek, herintroductieprojecten en verbetering van ecologische verbindingen samen.
Onderzoek naar de genetische structuur van Vlaamse populaties toont aan dat uitwisseling tussen leefgebieden zeldzaam is, wat het belang van functionele corridors benadrukt.
Bosland, met zijn uitgestrekte heide- en boscomplexen, vormt een belangrijk referentiegebied waar gericht habitatbeheer kansen biedt voor herstel van de soort.
De heivlinder illustreert zo de nauwe samenhang tussen klimaat, habitatkwaliteit en ruimtelijke connectiviteit — thema’s die ook voor andere heide- en bossoorten, zoals het groentje en het heideblauwtje, van cruciaal belang zijn.
Zoogdierenweekend in Nationaal Park Bosland
Jos Ramaekers (Natuurpunt Limburgse Milieukoepel) presenteerde de resultaten van het eerste Zoogdierenweekend in Nationaal Park Bosland, dat in augustus 2025 plaatsvond in het Pijnven.
Het initiatief bracht vrijwilligers, onderzoekers en terreinbeheerders samen voor een meerdaags programma van veldwerk, workshops en kennisuitwisseling rond de zoogdierfauna van Bosland.
Tijdens het weekend werden verschillende methoden toegepast: live-trapping, sporenonderzoek, braakbalanalyse, cameravalwaarnemingen en vleermuisdetectoren.
In totaal werden zeven soorten muizen en spitsmuizen gevangen of geïdentificeerd, waaronder aardmuis, bosmuis, rosse woelmuis, dwergmuis en tweekleurige bosspitsmuis.
Uit braakbalonderzoek kwamen daarnaast veld- en huismuis naar voren, wat de soortlijst nog uitbreidde.
Bij de vleermuizeninventarisatie werden laatvlieger, bosvleermuis, gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis waargenomen.
De cameravallen registreerden verschillende middelgrote zoogdieren, terwijl IR-camera’s en veldonderzoek ook sporen van de ‘Big Five van Bosland’ opleverden: vos, oehoe, ree, everzwijn en wolf.
Van de wolf werden enkel voetafdrukken en wissels gevonden, maar geen directe beelden.
Het weekend leverde waardevolle gegevens op voor de heropstart van de Limburgse Zoogdierenwerkgroep en onderstreepte het belang van samenwerking tussen vrijwilligers, ANB en BosLAB in het zoogdierenonderzoek binnen Nationaal Park Bosland.