Specialisten inventariseren libellen rond het Pijnven
Op 10 mei trokken specialisten van de Vlaamse Libellenvereniging met schepnet, verrekijker en jarenlange soortenkennis door de vennen aan de noord- en oostzijde van het Pijnven in Nationaal Park Bosland. De inventarisatie kadert binnen gerichte burgerwetenschap waarbij ervaren vrijwilligers systematisch soorten opvolgen in zones waar nauwelijks toevallige waarnemingen beschikbaar zijn doordat grote delen van het gebied niet vrij toegankelijk zijn voor recreatief bezoek.
Ondanks het nog vroege moment in het libellenseizoen werden acht soorten libellen en waterjuffers vastgesteld: Azuurwaterjuffer, Bruine winterjuffer, Lantaarntje, Platbuik, Smaragdlibel, Viervlek, Vuurjuffer en Watersnuffel. De aandacht ging daarbij vooral uit naar de ecologisch interessante groep van de witsnuitlibellen, soorten die sterk verbonden zijn met zure, voedselarme venhabitats.
Naast libellen werden tijdens de inventarisatie ook nog enkele andere interessante soorten waargenomen. In het Peltse deel van het gebied werd onder meer het Groentje opgemerkt, een karakteristieke dagvlinder van heidevegetaties en overgangszones met struikvormende vegetatie. Binnen Nationaal Park Bosland geldt het Groentje bovendien als adoptiesoort voor Pelt. Daarnaast werd ook het zeldzame Bont dikkopje vastgesteld, een soort die typisch voorkomt in structuurrijke overgangssituaties tussen open vegetaties en bosranden.
Meer weten
De inventarisatie richtte zich in het bijzonder op de groep van de witsnuitlibellen (Leucorrhinia). Deze relatief kleine libellen met hun opvallend lichte gezicht zijn karakteristiek voor zure, voedselarme vennen met goed ontwikkelde oevervegetaties, structuurrijke verlandingszones en vaak ook veenmosvegetaties. Daardoor gelden ze als gevoelige indicatorsoorten voor de ecologische kwaliteit van ven- en natte heidesystemen.
Twee jaar geleden werd aan het eigenlijke Pijnven bovendien al de Venwitsnuitlibel waargenomen. Deze soort is in Vlaanderen lokaal en vrij zeldzaam en komt voornamelijk voor in oligotrofe tot zwak dystrofe vennen en natte heidegebieden. Op 10 mei waren in heel Limburg slechts twee waarnemingen van de soort gekend via waarnemingen.be. Dat de Venwitsnuitlibel tijdens deze inventarisatie niet werd teruggevonden, hoeft daarom niet uitzonderlijk te zijn.
Witsnuitlibellen kennen vaak relatief korte en sterk weersafhankelijke vliegperiodes en populaties kunnen lokaal sterk fluctueren. Een eenmalige waarneming betekent bovendien niet noodzakelijk dat er sprake is van een stabiele populatie, maar wijst wel op geschikt of potentieel geschikt habitat. Ook in andere Kempense natuurgebieden worden soorten uit deze groep momenteel meestal slechts lokaal en in beperkte aantallen vastgesteld.
Verder werd langs één van de vennen ook een opvallende oeverspin uit het geslacht Dolomedes waargenomen. Mogelijk gaat het om de Gerande oeverspin, een zeldzame soort van natte oever- en moerasvegetaties, maar dat dient nog verder onderzocht en bevestigd te worden. Determinatie binnen deze soortgroep is namelijk niet altijd eenvoudig en vereist vaak bijkomende detailwaarnemingen of specialistische controle.
Dergelijke gerichte inventarisaties leveren waardevolle aanvullende gegevens op over de biodiversiteit en ecologische toestand van de kwetsbare venecosystemen rond het Pijnven.