Tien jaar zwarte bij in Nationaal Park Bosland

13/02/2026

Wat begon als een praktijkproject rond het behoud van onze inheemse zwarte honingbij groeide in Nationaal Park Bosland uit tot een uniek langetermijnonderzoek. Dankzij de inzet van imkers, vrijwilligers en onderzoekers wordt hier gebouwd aan een genetisch sterke, lokaal aangepaste bijenpopulatie, ondersteund door DNA-analyses, veldmonitoring en innovatief populatiebeheer.

Nieuwe inzichten over genetische zuiverheid, natuurlijke broedstop en weerbaarheid tegen stressfactoren tonen hoe lokaal aangepaste bijen een sleutelrol kunnen spelen in de toekomst van duurzame imkerij én biodiversiteit.

Van pioniersproject tot referentie voor natuur, imkerij en wetenschap
Al tien jaar lang wordt in Nationaal Park Bosland gebouwd aan een toekomst voor de inheemse zwarte honingbij (Apis mellifera mellifera). Wat begon als een ambitieus conservatie- en selectieproject groeide uit tot een uniek samenwerkingsverhaal tussen imkers via de organisatie zwartebij.org — met als initiatiefnemer destijds Dylan Elen — zorgimkerij (Natuurpunt), natuurbeheer (ANB), BosLAB, overheid (subsidies via SP Bijenteelt) en academische partners van KU Leuven en UGent.
Vandaag staat er zowel een robuuste populatie als een sterk onderzoeks- en kennisnetwerk dat relevant is tot ver buiten de regio.

Waarom de zwarte bij in Nationaal Park Bosland?
De zwarte honingbij is onze oorspronkelijke honingbij. Door decennialange import van uitheemse ondersoorten, kruisingen en selectie op productie-eigenschappen verdween ze op veel plaatsen uit het landschap.

Nationaal Park Bosland behoort tot de weinige nog voldoende uitgestrekte natuurgebieden waar zwarte bijen zich kunnen voortplanten in een relatief geïsoleerde paringsomgeving. Daardoor blijft vermenging met ingevoerde honingbijlijnen — zoals Zuid-Europese ondersoorten — beperkt.

Het project in Nationaal Park Bosland vertrekt vanuit drie kernprincipes:
- behoud van genetische diversiteit
- opbouw van een lokaal aangepaste populatie
- streven naar behandelingsvrije, robuuste volken

Het doel is niet alleen natuurbehoud, maar ook het ontwikkelen van duurzame imkerijmodellen die bestand zijn tegen hedendaagse uitdagingen zoals ziekten, klimaatstress en predatie.

2016–2022: Fundamenten leggen
In de beginjaren (2016–2022) werd de locatie voornamelijk in de maand mei gebruikt als bevruchtingsstand voor zwarte bijen. Imkers uit Vlaanderen en Nederland brachten er jonge zwarte koninginnen naartoe en plaatsten bijkomend darrenvolken met zwarte bijengenetica. Zo konden de koninginnen tijdens hun bruidsvlucht paren met zwarte darren.
Na de bevruchting keerden de koninginnen terug naar hun oorspronkelijke bijenstanden, waardoor de genetica van de zwarte bij verder verspreid werd buiten het gebied. De aanwezige darrenvolken werden na de zomer opnieuw weggehaald.
In deze periode werd via DNA-onderzoek bevestigd dat zwarte bijen in Nationaal Park Bosland effectief raszuiver kunnen worden bevrucht.


2022–2023: Opschaling en genetisch onderzoek
In 2022 werd gewerkt aan een onderzoeksvoorstel voor de bijen in Nationaal Park Bosland, kaderend binnen het Strategisch Plan Bijenteelt (2023–2027), dat vervolgens werd goedgekeurd.
Een permanente populatie werd opgebouwd met ongeveer 100 volken uit DNA-gecontroleerde donorlijnen, gecombineerd met een centrale paringsstand, satellietlocaties voor darrenvolken en structurele monitoring van vitaliteit en gedrag. DNA-onderzoek via SNP-analyses werd een hoeksteen van het project en maakte gerichte selectie en objectieve opvolging van raszuiverheid mogelijk.
Deze volken werden verdeeld over zes strategische locaties in Nationaal Park Bosland.

 

2024–2025: Ecologie, genetica en veldrealiteit

Onderzoek bevestigde dat zwarte bijenvolken een natuurlijke broedstop vertonen in het najaar, zelfs in zachte winters. Dit wijst op een complexe fysiologische voorbereiding die al in de nazomer start.

Daarnaast vormde de Aziatische hoornaar een belangrijke nieuwe uitdaging, met verhoogde winterverliezen en de noodzaak tot bijkomende beschermingsmaatregelen.

Sterke samenwerking als sleutel
Het project toont hoe natuurbeheer, imkerij en wetenschap elkaar versterken. Onderzoekspartners van KU Leuven en UGent leverden genetische en fysiologische inzichten, terwijl praktijkpartners instonden voor veldbeheer, populatieopbouw en monitoring. Deze geïntegreerde aanpak wordt internationaal erkend als voorbeeld van hoe conservatie en praktijkimkerij elkaar kunnen versterken.

Naast veldonderzoek en populatiebeheer wordt ook sterk ingezet op kennisdeling. Jaarlijks wordt een infomoment georganiseerd voor geïnteresseerden in zwartebij-imkerij. Tijdens dit moment worden projectresultaten toegelicht, nieuwe inzichten gedeeld en krijgen imkers en geïnteresseerden de kans om vragen te stellen en ervaringen uit te wisselen.

Daarnaast vormt het project een leeromgeving voor studenten. In de voorbije jaren voerden verschillende studenten hun bachelorproef uit rond aspecten van de zwarte bij en het populatiebeheer in Nationaal Park Bosland. De resultaten van deze onderzoeken zijn terug te vinden in eerdere BosLAB-artikelen en dragen bij aan de verdere wetenschappelijke onderbouwing van het project.

Impact na 10 jaar
Voor natuur draagt het project bij aan het herstel van een inheemse bestuiver en het behoud van genetische diversiteit. Voor de imkerij levert het nieuwe inzichten in populatiebeheer en lokale adaptatie. Voor de wetenschap ontstonden nieuwe inzichten in broedstopfysiologie, genetische monitoring en veldtoepassingen.
De toekomst

De rapportering van de tussentijdse resultaten (tot en met 2025) vormde de basis voor de goedkeuring van het vervolgproject 2026–2027. Dit bevestigt het vertrouwen in de gekozen aanpak en maakt het mogelijk om het werk rond de zwarte bij in Nationaal Park Bosland structureel verder te zetten.
Nieuwe projectinitiatieven richten zich op verdere uitbouw van de populatie, openstelling van genetisch materiaal voor onderzoek en verdieping van de koppeling tussen genetica, gedrag en ecologie. Het project evolueert zo van conservatie-initiatief naar een levend onderzoeksplatform voor duurzame imkerij en biodiversiteit.

Meer weten?
Op de BosLAB nieuwsite vind je sinds 2016 verschillende artikels over de zwarte bij in Nationaal Park Bosland. Daarin lees je hoe het project evolueerde van een conservatie-initiatief naar een volwaardig onderzoeks- en kennisplatform, en hoe vrijwilligers, imkers en onderzoekers samen bouwen aan de toekomst van onze inheemse honingbij.

Er is ook een presentatie van de voorzitter van Zwartebij.org te vinden bij de presentaties van het NP Bosland – BosLAB Platform 2024.


Partners

Rol binnen het project


Zwartebij.org: Projectleider en ter beschikking stellen van volkjes en koninginnen

KU Leuven –prof. dr. Patrick Callaert:  Ter beschikking stellen van laboruimte en gespecialiseerd materiaal,  ondersteuning bij SNP-analyses, ondersteuning bij fenotypering, wetenschappelijk advies, identificatie van genen gelinkt aan broedstop

UGent –prof. dr. Dirk de Graaf : Analyse van stalen binnen project GLB23,  innovatieve selectie, virusanalyse, validatie van gekende SMR-merkers in behandelingsvrije populaties zwarte bij,

Dr. Markus Neuditschko: Vrijwillige wetenschappelijke ondersteuning, verwerking en analyse van SNP-datasets, analyse rond raszuiverheid, evaluatie van pooling-efficiëntie

Nationaal Park Bosland / BosLAB/ANB: Ter beschikking stellen van beschermd natuurgebied, ter beschikking stellen van infrastructuur en materiaal, ondersteuning bij wildafrastering van bijenstanden, verspreiding van opgebouwde kennis en acties voor breed publiek via Boslab-website, coördinatie met andere terrein- en domeingebruikers, coördinatie van breder wetenschappelijk onderzoek binnen Nationaal Park Bosland.

Natuurpunt :  Zorgimker en operationele terreinondersteuning, opvolging bijenstanden